Lucas

Herman van Veen

Toen Lucas negen jaar werd,
vroeg hij aan zijn ouders:
'Waarom ben ik
zoals ik ben?'

verslikte zich in zijn koffie.
Moeder stopte met het lezen van haar boek.
'Luister, Lucas,' zei moeder:

"Papa en gingen eens
naar een grote tuin vol bloemen.
soorten groeiden daar,
teveel om op noemen.

Bloesems van de schoonheid,
viooltjes voor de trouw,
anjers,
de roos van
ik-hou-van-jou.

Plots zagen we een bloempje,
helemaal achter in de hoek.
We zochten op 't heette,
maar 't stond in geen enkel boek.

Het groeide tussen de stenen,
naast een grote ton.
Zo het weinig water,
en zag ook nauwelijks zon.'

'En toen?'
vroeg

'"Weten jullie het wel zeker?"
vroegen bij de poort.
"Deze bloem vraagt heel veel aandacht,
het is een soort."

Maar we wisten het echt zeker:
deze bloem die wilden wij.
Wij zullen heel goed voor hem zorgen.
En Lucas,
bloem...
dat ben jij.'

Beluister hieronder het liedje:



OPTIES:











Hou de muis over het tekstveld
om de oplossing weer te geven.